Kort antwoord

Je hond trekt omdat het werkt: elke keer dat de lijn strak staat en jullie toch vooruitkomen, leert hij het opnieuw. Laat trekken dus nooit iets opleveren. Sta stil bij een strakke lijn, wandel verder zodra hij ontspant of naar je kijkt en beloon dat. Reken op enkele maanden regelmatig oefenen, niet op een week.

Jonge herdershond zit naast het been van zijn baas en kijkt omhoog naar de hand met een beloning
Inhoud (7)

Je hond trekt, jij trekt terug en de wandeling voelt als een touwtrekwedstrijd. Dat is frustrerend, maar het is een gewoonte die je hond heeft geleerd. En wat hij geleerd heeft, kan hij ook weer anders leren. Dit artikel legt uit waarom hij trekt, welk materiaal wij gebruiken en waarom, en hoe je in kleine stappen een losse lijn (leiband) opbouwt.

Waarom je hond aan de lijn trekt

Trekken loont: elke keer dat het werkt, leert hij het opnieuw

Honden herhalen gedrag dat werkt. Elk gedrag heeft een functie, en een hond doet meer van wat een gunstig resultaat oplevert. 1

Bij trekken is dat resultaat duidelijk: vooruitkomen. Trekt je hond naar een andere hond en lopen jullie daarna dichterbij, dan werkt trekken volgens zijn logica prima. 1 Elke keer dat de lijn strak staat en jullie toch doorlopen, leert hij het dus opnieuw.

Daarom is de kern van de training eenvoudig te zeggen: trekken mag nooit iets opleveren. Ook de RSPCA formuleert het zo: je hond leert dat niet trekken de snelste weg is naar waar hij heen wil. 5

Sneller tempo, opwinding en prikkels

Honden trekken om te komen waar ze naartoe willen. Vanuit zijn standpunt zijn mensen traag. 1

Ook opwinding en angst kunnen meespelen, zoals bij honden die uitvallen of blaffen. 1

Een strakke lijn is ook voor jou niet onschuldig. Een review stelt dat in het Verenigd Koninkrijk omgetrokken worden tijdens het lopen aan de lijn, bijten niet meegerekend, de belangrijkste oorzaak is van niet-dodelijk hondgerelateerd letsel. 4 Ze wijzen er ook op dat trekken wandelingen minder fijn kan maken en de band tussen hond en baasje kan verzwakken. 4

Wanneer trekken iets anders is dan een aangeleerde gewoonte

Niet elke trekker is gewoon enthousiast. Een hond die uitvalt of blaft kan bang zijn, te opgewonden zijn om zichzelf te kunnen bedwingen, of de drang hebben om te jagen of achterna te gaan. 1 Wij stellen geen diagnoses: als je dit herkent, lees dan verder bij “Wanneer hulp inschakelen”.

Ook medische oorzaken kunnen meespelen. Trekt je hond plotseling veel meer dan vroeger, of loopt hij opeens anders, laat dat dan door je dierenarts beoordelen. Een dierenarts kijkt of er medische factoren bijdragen aan een gedragsprobleem. 2

Het principe en een realistische verwachting

Losse lijn lopen is geen trucje maar een vaardigheid. Volgens VCA Animal Hospitals hebben de meeste honden er enkele maanden regelmatig oefenen voor nodig. 1 Verwacht dus geen wonderen in een week.

Het principe blijft steeds hetzelfde. Een strakke lijn levert niets op, een losse lijn wel. Daar bouw je alles op: stilstaan, belonen, verder wandelen.

Lijn en materiaal: wat wij gebruiken en wat we afraden

Over materiaal lopen de adviezen sterk uiteen. Royal Canin en Pawshake raden een slipketting (een metalen kettinghalsband) volledig af. Dat is iets anders dan de sliplijn (touwlijn) die wij verderop beschrijven, maar beide bronnen maken dat onderscheid niet en spreken niet over lichte druk. 7,6

Pawshake kiest tijdens de training voor een halsband en een vaste lijn, terwijl VCA een goed passend H- of Y-tuig een uitstekend hulpmiddel voor veel honden noemt. 6,1 Wij leggen hieronder uit wat wij kiezen, waarom, en waar de meningen botsen.

Onze aanpak: sliplijn met lichte druk, zonder rukken

Veiligheid bij de sliplijn, in het kort:

  • Gebruik de sliplijn alleen tijdens de wandeling, nooit bij een los lopende of spelende hond en laat haar nooit als halsband zitten. Dat is onze regel.
  • Onze regel: gebruik haar niet bij een hond die tot hoesten of piepend ademen trekt. VCA vindt een gewone halsband dan al niet de juiste keuze. 1
  • VCA waarschuwt dat sommige trainingshalsbanden niet begrenzen hoe strak ze sluiten, met risico op verstrikking. 1 Blijf er dus altijd bij.
  • Twijfel je, vraag het dan eerst aan je dierenarts. Dat is ons advies.

Nog een kanttekening: veel honden leunen van nature in de druk op hun halsband en gaan dan juist harder naar voren. 1 Toch kiezen wij voor lichte druk die meteen weer verdwijnt, samen met beloningen. Onze reden is dat de druk geen straf is maar een signaal, en dat de beloning voor naast je lopen het echte leren doet. Blijft je hond tegen de lijn in leunen, dan werkt onze aanpak voor hem niet en kies je het tuig met ring aan de borst.

Wat organisaties en onderzoekers hierover zeggen

We willen eerlijk zijn: niet iedereen ziet dit zoals wij. Hieronder staan de belangrijkste bronnen, zonder ze mooier of erger te maken dan ze zijn.

Waarom kiezen wij er dan toch voor? Omdat wij het verschil vinden tussen een correctie en een signaal.

Rukken is een correctie: het doet pijn of schrikt. Lichte druk die meteen verdwijnt, is bedoeld als informatie. Dat is ons standpunt en het is geen bewezen feit. Weeg het zelf af, en kies het tuig hieronder als het voor jou niet goed voelt.

Alternatief: tuig met ring aan de borst

Een tuig met een ring aan de borst (front-clip) helpt je hond bij het einde van de lijn terug naar jou te draaien, volgens een asielbron. 8 Wij zien het als goed alternatief voor wie geen sliplijn wil, en als optie voor een gevoelige of angstige hond. De asielbron vindt zo’n tuig vooral geschikt voor honden die niet veel trekken. 8 Bij een hond die heel hard trekt is het dus niet automatisch de oplossing.

Ook hier is een eerlijke kanttekening nodig. Een asielbron noemt zo’n tuig een hulp bij de training, maar het lost het trekken zelf niet op. 8 VCA noemt een goed passend H- of Y-tuig een uitstekend hulpmiddel voor veel honden. Ze waarschuwt dat sommige “no pull”-tuigen letsel kunnen geven door druk op de voorkant van het schoudergewricht. 1 Laat het tuig dus goed aanmeten. Naar front-clip tuigen zelf vonden we geen studie.

Zet je hond aan een gewone halsband, let dan op de signalen. VCA vindt een halsband niet de juiste keuze als je hond heel hard trekt, tot hij hoest of piepend ademt, of hard genoeg trekt om je uit balans te brengen. 1 Bij zo’n hond raden wij aan om met je dierenarts te praten.

Waarom we een rollijn afraden voor gewone wandelingen

Wij kiezen voor een vaste, korte lijn en raden de rollijn (flexilijn) af voor gewone wandelingen. Onze reden: de lijn staat altijd onder lichte spanning en wordt langer als je hond trekt. Zo leert hij juist dat trekken loont. Dat is onze redenering en geen onderzoeksresultaat.

Er is ook een veiligheidsargument. VCA raadt rollijnen af omdat ze ernstige wrijvingsbrandwonden kunnen geven bij mensen en dieren. 1

Onze uitzondering: bij een kleine hond die niet trekt, of tijdens een snuffelwandeling, vinden wij een rollijn te verantwoorden. Onze reden is dat trekken dan niet het probleem is dat je aan het aanleren bent. Dat is ons standpunt. VCA raadt rollijnen ook dan af, en de waarschuwing voor brandwonden geldt ook bij een kleine hond. 1

Over de lengte zijn bronnen het niet helemaal eens. Wij raden aan om tijdens het oefenen een vaste lijn van ongeveer 1,5 meter te gebruiken. VCA raadt een vaste lijn van 1,8 tot 3 meter aan. 1 Royal Canin noemt 1,50 meter. 7

Stappenplan: rustig naast je leren lopen

Zorg eerst dat je hond voldoende beweging, snuffelen en spel krijgt voor je oefent. 1 Neem kleine, lekkere beloningen mee. Gebruik een vaste lijn, geen rollijn en geen lange lijn.

Dit stappenplan is onze aanpak. De kern (stilstaan, wachten op een slappe lijn, belonen) staat ook bij VCA en de RSPCA, en dat geven we telkens aan. Positie en oogcontact belonen, bochten, tempowissels en de opbouw naar drukke plekken zijn onze eigen invulling, zonder onderzoek erachter.

  1. Begin binnen of in de tuin

    Duur: korte sessies

    Kies een plek met weinig afleiding en begin met heel lekkere beloningen. Loop eerst rechtdoor. Beloon elke keer dat je hond vanzelf naast je loopt.

    Lukt het niet?

    Lukt het hier al niet? Ga naar een nog rustigere plek of gebruik lekkerdere beloningen. Het ligt dan meestal niet aan je hond, maar aan te veel prikkels.

  2. Sta stil bij een strakke lijn

    Duur: elke keer opnieuw

    Staat de lijn strak, dan sta je meteen stil. Geen ruk en geen boos woord. Wacht tot hij ontspant of naar je kijkt en wandel dan verder. VCA beschrijft hetzelfde principe: stilstaan, wachten op een moment van slappe lijn, markeren met “Yes!”, belonen en één of twee stappen zetten. 1

    De RSPCA benadrukt dat je dit elke keer opnieuw doet, ook als je hond te ver van je wegloopt voor de lijn strak staat. 5

    Lukt het niet?

    Blijft hij trekken? Loop dan van wat hem interesseert weg. Kan hij niet loskomen van de prikkel, ga dan verder weg staan en probeer opnieuw. 1

  3. Beloon positie en oogcontact

    Duur: in elke sessie

    Beloon elke keer dat hij naast je loopt of naar je opkijkt. Markeer het goede moment meteen met “Yes!” en geef dan pas de beloning. Zo weet hij precies waarvoor hij beloond wordt. Jij moet interessanter zijn dan alles om hem heen.

    Lukt het niet?

    Kijkt hij niet naar je? Wacht rustig. Vraag niet steeds opnieuw en praat niet te veel, want dan wordt onduidelijk wat het signaal is.

  4. Bochten en richtingsveranderingen

    Duur: pas als rechtdoor lukt

    Loop bochten, draai om en wissel van tempo. Zo blijft je hond op jou letten, omdat jij bepaalt waar het heen gaat. Beloon telkens als de lijn los blijft.

    Lukt het niet?

    Loopt hij weer voor je uit? Ga een stap terug naar rechtdoor lopen en bouw daarna opnieuw op.

  5. Bouw op naar straat, park en drukke plekken

    Duur: over weken en maanden

    Maak het pas moeilijker als het lukt: eerst de tuin, dan de straat, dan het park en daarna drukke plekken. Begin met heel lekkere beloningen en schakel later over op gewone brokjes of je stem. Gebruik je de sliplijn, combineer die dan in elke fase met belonen.

    Lukt het niet?

    Lukt het op een nieuwe plek niet? Dan is die plek nog te moeilijk. Ga terug naar de plek waar het wel lukte.

Hoe lang oefen je en hoe vaak

Reken op regelmaat in plaats van lange sessies. Eerlijk is: het duurt maanden, niet dagen. 1

Jij bent de leider: structuur en vertrouwen

Bij lopen aan de lijn hoor je soms dat je hond je wil domineren als hij voor je uitloopt. Pawshake noemt dat een hardnekkig misverstand, en AVSAB rekent dominantie-ideeën tot verouderde denkbeelden. 6,2 Wij zien het ook zo.

AVSAB adviseert dierenartsen bovendien om cliënten te waarschuwen geen trainer te kiezen die verouderde ideeën als “leader of the pack” gebruikt. 2 Wij delen die kritiek op rang en dominantie. Toch gebruiken we het woord leider, in een andere betekenis. Wij vinden dat jij als baasje de beslissingen neemt: wanneer en waar jullie wandelen, wanneer jullie stilstaan en wanneer jullie verder gaan. Dat is geen rang en ook geen kracht. Het is duidelijkheid en structuur, en je hond kan erop vertrouwen dat jouw beslissingen veilig en voorspelbaar zijn. Een hond die niet hoeft te raden wat je wil, wordt rustiger. Dit is onze visie en geen bewezen feit.

Honden, fietsers en joggers onderweg

Onderweg zijn prikkels de grootste test. Onze aanpak hieronder komt uit onze eigen werkwijze en niet uit onderzoek. Wacht niet tot je hond ontploft. Zie je iets aankomen, dan doe je dit:

  • Maak op tijd een boog, steek over of draai om en loop de andere kant op. Zo doorbreek je de fixatie (het strak staren op iets).
  • Zodra zijn aandacht bij jou terug is: “Yes!” en belonen.
  • Probeer daarna opnieuw, van iets verder weg.
  • Laat honden elkaar liever niet frontaal naderen of aanstaren. Wij raden aan om ze naast elkaar te laten kennismaken.

Zo leert hij dat rustig blijven betekent dat jullie dichterbij mogen. Kan je hond niet loskomen van een prikkel, doe dan wat ook VCA adviseert: ga verder weg staan en probeer het opnieuw. 1

Je kunt zo’n situatie ook oefenen. De RSPCA stelt voor om iets aantrekkelijks op de grond te leggen. Trekt je hond ernaartoe, roep hem dan terug: de beloning voor een losse lijn is erbij mogen. 5 Zo leert hij dat trekken de dingen juist vertraagt.

Deze aanpak is bedoeld voor gewoon enthousiast trekken. Valt je hond uit, blaft hij hevig of probeert hij dieren, mensen, auto’s of fietsen achterna te gaan, dan is extra hulp nodig. VCA adviseert om via je dierenarts door te verwijzen naar een gedragsconsulent of trainer. 1

Ons advies: een lange lijn is handig om terugroepen te oefenen. Dat behandelen we in een apart artikel.

Veelgemaakte fouten

Herken je een van deze fouten, dan is dat geen ramp. De lijst is ons eigen advies; waar een bron erbij staat, zie je dat.

  • Soms wel, soms niet toegeven. De RSPCA zegt dat je elke keer opnieuw moet stilstaan. 5
  • Rukken of sleuren. Onze visie: het werkt met pijn of schrik en schaadt het vertrouwen. Volgens AVSAB horen fysieke correcties zoals aan de lijn rukken niet bij goede training. 2
  • Een rollijn of te lange lijn. Je hond leert dat hij zo ver kan gaan als hij wil, en dat trekken de lijn langer maakt.
  • Te snel te moeilijk. Kan je hond het thuis maar niet in het park, ga dan terug of vergroot de afstand tot de prikkel. 1
  • Te veel praten. Veel woorden maken onduidelijk wanneer iets een commando is. Geef een signaal één keer, kort en altijd met hetzelfde woord.
  • Alleen op het materiaal vertrouwen. Uiteindelijk maakt de training het verschil, niet het tuig of de lijn.

Het principe van belonen wat je wel wilt en niets opleveren wat je niet wilt, werkt ook thuis. Zie ons artikel over een hond die op het aanrecht springt. Heb je een jonge pup, dan lees je in puppy zindelijk maken hoe vaste routines werken.

Wanneer hulp inschakelen

Schakel een gedragsconsulent of trainer in als:

  • je hond uitvalt naar honden, mensen, auto’s of fietsen, of hevig blaft. VCA raadt aan om via je dierenarts door te verwijzen. 1
  • je hond bang lijkt. Onze regel is dan: geen sliplijn, en een plan op maat via een gedragsconsulent.
  • het na consequent oefenen niet vooruitgaat. Dat is ons advies, niet dat van een bron.

Zoek een trainer die beloningsgebaseerd werkt, zonder pijn, schrik of intimidatie. Dat is ook wat AVSAB adviseert. 2